04 22

22 april

Wat zal het een wonderlijk heerlijke tijd zijn voor deze aarde als het
Koninkrijk der hemelen is gekomen en Christus als Messias over Zijn
volk Israël zal regeren.
Gerechtigheid en trouw zullen er zijn op deze aarde.
De dieren zullen allen met elkaar in vrede leven en de aarde zal vol
zijn van de kennis des HEEREN (Jesaja 11:1-10).
In dat Koninkrijk zal geen inwoner meer zeggen: "Ik ben ziek; want
het volk, dat daarin woont, zal vergeving van ongerechtigheid
hebben", zegt Jesaja 33:24 van Israël.
Dan zal in vervulling gaan wat geprofeteerd is in Psalm 103:3: "Die
al uw ongerechtigheid vergeeft, die al uw krankheden geneest".
God had Israël ernstig gewaarschuwd. Als zij naar Zijn stem zouden
luisteren en Zijn verbond bewaren, zouden zij gezegend worden; als
zij ongehoorzaam werden en andere goden zouden dienen, kwam de
vloek over hen. Deze vloek bestond o.a. uit: boze en aanhoudende
ziekten, die ook over hen gekomen zijn, omdat zij het verbond
verbroken hebben. (Deuteronomium 28:30 en 59)
Vele malen heeft God in Zijn grote liefde aan Israël beloofd dat eens
de Messias zou komen. Hij zou komen om hun ziekten en smarten te
dragen en Hij zou om hun ongerechtigheden verbrijzeld worden
(Jesaja 53). De Messias is gekomen, Jezus Christus Gods Zoon. Hij
heeft hen de blijde boodschap van het Koninkrijk gepredikt. Hij
genas vele van hun ziekten en dreef boze geesten uit (Mattheüs 8:16-
17).
Ook Zijn discipelen zond Hij uit om het Koninkrijk te prediken en de
zieken te genezen (Mattheüs 10:1-8).
De leiders van het volk, de Schriftgeleerden en Farizeeërs, hadden de
Heer Jezus kunnen herkennen als de Messias, de Christus Gods. Zij
kenden immers de Schriften?
Niettegenstaande het feit dat Christus door Zijn optreden en door
talloze tekenen en wonderen heeft bewezen dat Hij inderdaad de
Messias was zoals de profeten Hem hadden beschreven, geloofden zij
niet.
De Heer heeft dan ook tot hen gezegd: "En gij wilt tot Mij niet
komen, opdat gij het leven moogt hebben" (Johannes 5:40).
Zij hebben Christus, hun Messias, de Vervuller van al de profetieën
uitgeworpen.

Lezen: Jesaja 11:1-10.

Deze website maakt gebruik van cookies. Door deze site te blijven gebruiken, accepteert u het gebruik van deze cookies en gaat u akkoord met ons cookiebeleid.  Meer info