03 22

22 maart

Toen de Heer Jezus de hof van Gethsémané verliet, kwamen Hem
een legerafdeling en dienaars van de joden tegemoet om Hem
gevangen te nemen. Op Zijn vraag: "Wie zoekt gij?", antwoordden
zij: "Jezus, de Nazaréner". De Heer zei daarop: "Ik ben het", waarop
allen terugdeinsden en op de grond vielen (Johannes 18:4-6).
In de grondtekst staat niet "Ik ben HET", doch "IK BEN". De Heer
noemt Zichzelf bij Zijn Naam als God.
In Exodus 3:14 staat: "En God zeide tot Mozes: IK ZAL ZIJN, Die
IK ZIJN ZAL! Ook zeide Hij: Alzo zult gij tot de kinderen Israëls
zeggen: IK ZAL ZIJN heeft mij tot ulieden gezonden!" (Exodus
3:14). De NBG-vertaling zegt: "IK BEN, DIE IK BEN" en "IK BEN
heeft mij tot ulieden gezonden".
De joden kenden de Naam "IK BEN" van God heel goed. Alleen al
het feit dat de Heiland deze Naam van Hem noemde, deed hen ter
aarde vallen.
In Mattheüs 26 lezen we, dat de Heer Jezus, toen iemand Hem wilde
verdedigen tegen de soldaten, zei: "Of meent gij, dat Ik Mijn Vader
nu niet kan bidden, en Hij zal Mij meer dan twaalf legioenen engelen
bijzetten?" (Mattheüs 26:53).
De Heer voegt er aan toe: "Hoe zouden dan de Schriften vervuld
worden, die zeggen, dat het alzo geschieden moet?" (Mattheüs
26:54).
Hoe groot is onze Heiland in Zijn liefde. Hij heeft in volkomen
gehoorzaamheid aan Zijn God geleefd. Alle profetieën aangaande
Hem zijn vervuld geworden.
Hij, de God van alle eeuwigheid, is Mens geworden en heeft Zich
geheel VRIJWILLIG overgegeven in de handen van zondige mensen.

Lees o.a. Filippensen 2:5-8.
Hij heeft er Zijn eeuwige heerlijkheid voor verlaten!
Hij, die onmetelijk rijk was, is ter wille van ons arm geworden, opdat
wij, die in Hem geloven rijk zouden worden (2 Korinthe 8:9).
Hebben wij dit ergens aan verdiend? Nee, het is enkel GENADE.
Hij, de Heilige, Wien alle engelen Gods aanbidden, is, om ons te
redden mens geworden, ja, Hij is voor ons tot zonde gemaakt.
Als we deze wonderbare, volmaakte liefde Gods, die Zichzelf gaf in
Zijn Zoon, overpeinzen, kunnen we niet anders dan ons in aanbidding
neerbuigen voor zulk een God, voor zulk een Heiland.

Lezen: Johannes 18:1-9

Deze website maakt gebruik van cookies. Door deze site te blijven gebruiken, accepteert u het gebruik van deze cookies en gaat u akkoord met ons cookiebeleid.  Meer info