8 januari

In Genesis 1:27 zegt Gods Woord ons, dat God de mens heeft geschapen
naar Zijn beeld. De mens is dus het eigendom van Hem en Hij als Schepper heeft er recht op dat de mens Hem eert en vertrouwt.
De mens heeft echter reeds bij de eerste de beste gelegenheid hierin gefaald. De zonde heeft zijn intrede in de wereld gedaan en door de zonde de dood.
Wij, als afstammelingen van Adam, zijn allen in zonde ontvangen en geboren en zijn dus in WEZEN zondaars, ook al zouden we nog nooit gezondigd hebben. Een zondig mens kan nu eenmaal nimmer een heilige voortbrengen, net zo min als een giftige boom eetbare vruchten.
God, de Heilige, kan geen gemeenschap met zonde hebben. Hij moest dus, omdat Hij de mens liefhad, een mogelijkheid scheppen om de mens uit de dood te verlossen, zonder dat er iets aan Zijn rechtvaardigheid tekort gedaan werd, want naar Goddelijk recht moest de ziel die zondigt sterven.
De Heer Jezus is voor ons in de dood gegaan, Hij de Rechtvaardige voor de onrechtvaardigen, om ons uit de macht van de dood te kunnen verlossen.
Wie in Hem gelooft, HEEFT eeuwig leven (Johannes 3:36).

Lezen: 1 Petrus 3:18