Betekenissen van de naam Apollos
De Bijbelse naam Apollos betekent “van Apollo”, “behorend aan Apollo” of “gegeven door Apollo”. In christelijke duiding wordt de naam Apollos vaak verbonden met gaven als welsprekendheid, wijsheid en onderwijzende kracht binnen de vroege gemeente.
Classificatie
Eigennaam (man)
Datering
Nieuwe Testament, eerste eeuw na Christus, in de tijd van de vroege christelijke gemeenten (Efeze, Korinthe, Kreta).
Naam in het Hebreeuws
Geen Hebreeuwse vorm; Apollos is een Griekse naam van Helleense oorsprong.
Naam in het Grieks
Ἀπολλώς (Apollōs)
Strongnummers
Hebreeuws: niet van toepassing
Grieks: G625
Etymologische gegevens
Apollos is waarschijnlijk een verkorte vorm van Apollonios, “van Apollo”. De naam is afgeleid van de Griekse god Apollo, die geassocieerd wordt met licht, kennis en kunst. In het Nieuwe Testament krijgt deze klassieke naam een nieuwe inhoud: Apollos is een Joodse christen uit Alexandrië, een begaafd leraar die het evangelie verkondigt.
Formuleringen (Schrijfwijze)
In de Statenvertaling: Apollos
In de Herziene Statenvertaling: Apollos
In de King James vertaling: Apollos
Symbolische betekenis
Symbolisch staat de naam Apollos voor een begaafde, maar ook leerbare dienaar van Christus. Hij belichaamt geestelijke gaven als onderwijs, prediking en opbouw van de gemeente, en laat zien dat natuurlijke talenten door God geheiligd en ingezet kunnen worden voor het evangelie.
Bijbelse stam
Niet vermeld; Apollos is een Jood uit Alexandrië en wordt niet aan een specifieke stam gekoppeld.
Familie
| Relatie | Naam |
|---|---|
| Vader | Niet genoemd |
| Moeder | Niet genoemd |
| Broers | Niet genoemd |
| Zussen | Niet genoemd |
| Vrouw | Niet genoemd |
| Man | Niet van toepassing |
| Zonen | Niet genoemd |
| Dochters | Niet genoemd |
Een korte omschrijving
Apollos is een Joodse christen uit Alexandrië, bekend uit het Nieuwe Testament als een welsprekend en Schriftkundig leraar. Hij wordt eerst genoemd in Efeze, waar Priscilla en Aquila hem nauwkeuriger onderwijzen in de weg van God. Daarna dient hij krachtig in Korinthe, waar zijn bediening naast die van Paulus en Petrus wordt genoemd. De Bijbelse naam Apollos is nauw verbonden met de groei van de vroege kerk, gezonde leer en de oproep om geen partijschappen rond menselijke leiders te vormen, maar Christus centraal te stellen.
De naam komt voor in de Bijbelverzen
Handelingen 18:24–28; Handelingen 19:1; 1 Korinthe 1:12; 1 Korinthe 3:4–6, 22; 1 Korinthe 4:6; 1 Korinthe 16:12; Titus 3:13