Antichrist

De term antichrist of antichristen komt voor in 4 verzen in de Statenvertaling; alleen in de brieven van Johannes. Ondanks dat er maar 4 maal melding wordt gemaakt van de antichrist, zijn er waarschijnlijk veel meer Schriftplaatsen die hierover gaan, maar waar de antichrist een andere benaming heeft (valse profeet, valse leraars, valse christussen) of waar in andere bewoording wordt verwezen naar de antichrist (Matthéüs 24:5; 2 Thessalonicenzen 2:3). Ook in het laatste boek van het Nieuwe Testament (Openbaring), komt het woord niet voor, maar ook daar wordt de antichrist volgens veel christenen wel beschreven en ‘het beest’ genoemd.

Wat is de ‘antichrist’
Met de ‘antichrist’ wordt bedoeld: een persoon die zich tegen Jezus Christus opstelt of die zich in Zijn plaats probeert te stellen als een valse nieuwe Messias. Jezus zei dat ook tegen de joden (in het Evangelie volgens Johannes); dat ze hem zullen aannemen als hun Messias en dus niet Jezus Christus: “Ik ben gekomen in den Naam Mijns Vaders, en gij neemt Mij niet aan; zo een ander komt in zijn eigen naam, dien zult gij aannemen.” (Johannes 5:43). De antichrist wordt volgens de christelijke leer in de eindtijd verwacht, maar zijn invloed is volgens hen nu al merkbaar in personen die antichristen worden genoemd. De antichrist is niet slechts één afzonderlijke persoon of organisatie, want de Bijbel zegt dat er ‘vele antichristen’ zijn (1 Johannes 2:18). De antichrist kan dus volgens deze interpretatie een geestelijke invloed, stroming of maatschappelijke toestand zijn.

Wie zou de antichrist kunnen zijn?
Hierover is in de geschiedenis van het christendom al veel gespeculeerd. Er zijn meerdere historische personen geweest die als de antichrist werden bestempeld. Voorbeelden zijn de Romeinse keizer Nero, de Paus van Rome, kerkhervormer Maarten Luther, Napoleon Bonaparte en Adolf Hitler.

De term ‘antichrist’ is afgeleid van het Griekse woord dat ‘tegen (of in plaats van) Christus’ betekent en zou kunnen verwijzen naar iedereen die:

In de Bijbel worden individuele personen die deze dingen doen antichristen genoemd; als groep worden ze aangeduid als ‘de antichrist’ (2 Johannes 1:7). In de brieven van Johannes is de antichrist de dwaalleraar, die de Vader en de Zoon loochent. De misleider, die de komst van Jezus de Christus in het vlees, ontkent. Er zijn vele van zulke antichristen (1 Johannes 2:18-22; 1 Johannes 4:3; 2 Johannes 1:7). Zij zijn de pseudo-Christussen en valse profeten, die de gemeente verleiden (Markus 13:6; vgl. 2 Thessalonicenzen 2:1-10; Openbaring 13:1-10; Openbaring 1:19-20). De antichrist verscheen volgens de Bijbel voor het eerst in de tijd van de apostelen en is ook nu nog actief (1 Johannes 4:3). De antichrist zal zich volgens sommige stromingen binnen het christendom, pas echt manifesteren na de ‘opname van de Gemeente‘.


Synoniemen

leugenaar, verleider


Vertalingen

Engels: antichrist

Duits: Widerchrist


De term antichrist of antichristen komt 4 maal in de Bijbel voor:

(1 Johannes 2:18) Kinderkens, het is de laatste ure; en gelijk gij gehoord hebt, dat de antichrist komt, zo zijn ook nu vele antichristen geworden; waaruit wij kennen, dat het de laatste ure is.

(1 Johannes 2:22) Wie is de leugenaar, dan die loochent, dat Jezus is de Christus? Deze is de antichrist, die den Vader en den Zoon loochent.

(1 Johannes 4:3) En alle geest, die niet belijdt, dat Jezus Christus in het vlees gekomen is, die is uit God niet; maar dit is de geest van den antichrist, welken geest gij gehoord hebt, dat komen zal, en is nu alrede in de wereld.

(2 Johannes 1:7) Want er zijn vele verleiders in de wereld gekomen, die niet belijden, dat Jezus Christus in het vlees gekomen is. Deze is de verleider en de antichrist.

Deel dit artikel op: