Betekenissen van de naam Amos
De Bijbelse naam Amos betekent “drager”, “lastdrager” of “belast met een boodschap”. De naam past nauw bij de profeet Amos, die een zware profetische last droeg voor Israël.
Classificatie
Eigennaam (man)
Datering
Amos leefde en profeteerde in de 8e eeuw v.Chr., tijdens de regeringen van Uzzia (Juda) en Jerobeam II (Israël), rond 760–755 v.Chr.
Naam in het Hebreeuws
עָמוֹס – ‘Amos
Naam in het Grieks
Ἀμώς
Strongnummers
Hebreeuws: H5986
Grieks: geen afzonderlijk Strongnummer
Etymologische gegevens
Amos is afgeleid van de Hebreeuwse wortel עמס (‘amas), “dragen, een last opnemen”. De naam betekent “lastdrager” of “degene die een zware boodschap draagt”.
Formuleringen (Schrijfwijze)
in de Statenvertaling: Amos
in de Herziene Statenvertaling: Amos
in de King James vertaling: Amos
Symbolische betekenis
De naam Amos symboliseert het dragen van een goddelijke opdracht. De profeet Amos droeg een zware boodschap van oordeel, recht en gerechtigheid. Zijn naam weerspiegelt zijn roeping: een eenvoudige herder die door God werd belast met een profetische last voor het volk.
Bijbelse Stam
Amos was afkomstig uit Juda, uit het dorp Tekoa, maar profeteerde in het noordelijke rijk Israël.
Familie
| Relatie | Naam |
|---|---|
| Vader | Onbekend |
| Moeder | Onbekend |
| Broers | Onbekend |
| Zussen | Onbekend |
| Vrouw | Onbekend |
| Man | Niet van toepassing |
| Zonen | Onbekend |
| Dochters | Onbekend |
Een korte omschrijving
Amos is een van de Twaalf Kleine Profeten en leefde in de 8e eeuw v.Chr. Hij was herder en vijgenkweker uit Tekoa, maar werd door God geroepen om in Israël te profeteren. Zijn boodschap richtte zich op sociale gerechtigheid, ware godsdienst en het oordeel over een volk dat uiterlijk wel religieus was, maar innerlijk verdorven leefde. De naam Amos, “lastdrager”, weerspiegelt zijn taak: het dragen en verkondigen van een zware, maar noodzakelijke boodschap aan Israël.
De naam komt voor in de Bijbelverzen
Onder andere in Amos 1:1; Amos 7:8–14; Amos 8:2; en in de geslachtslijst van Jezus in Lukas 3:25.