Betekenissen van de naam Amon
De Bijbelse naam Amon betekent “vakman”, “bekwaam werkman” of “meester‑werkman”. In de Bijbel draagt vooral koning Amon van Juda deze naam, maar ook een landvoogd van Samaria en een nakomeling van de knechten van Salomo.
Classificatie
Eigennaam (man)
Datering
Voor koning Amon: eind 7e eeuw v.Chr., rond 642–640 v.Chr., in de late koninkrijksperiode van Juda. De andere dragers van de naam Amon vallen eveneens in de monarchale tijd.
Naam in het Hebreeuws
אָמֹון / אָמוֹן – ‘Āmôn
Naam in het Grieks
Ἀμών
Strongnummers
Hebreeuws: H526
Grieks: G300
Etymologische gegevens
Amon is etymologisch verwant aan het Hebreeuwse woord voor “vakman, meester‑werkman” (mogelijk verbonden met de wortel voor “stevig, betrouwbaar”). De naam tekent iemand als bekwaam, kundig en “meester” in zijn werk.
Formuleringen (Schrijfwijze)
in de Statenvertaling: Amon
in de Herziene Statenvertaling: Amon
in de King James vertaling: Amon
Symbolische betekenis
De naam Amon suggereert bekwaamheid en betrouwbaarheid, maar het leven van koning Amon laat vooral geestelijke ontrouw zien. Symbolisch staat Amon voor een mens met mogelijkheden en positie, die toch kiest voor afgoderij en zo oordeel over zichzelf en zijn volk brengt.
Bijbelse Stam
Koning Amon is een koning uit het huis van David en behoort tot de stam Juda.
Familie
| Relatie | Naam |
|---|---|
| Vader | Manasse, koning van Juda |
| Moeder | Mesullemet, dochter van Harus uit Jotba |
| Broers | Onbekend |
| Zussen | Onbekend |
| Vrouw | Onbekend bij name |
| Man | Niet van toepassing |
| Zonen | Josia (koning van Juda) |
| Dochters | Onbekend |
Een korte omschrijving
Amon is vooral bekend als koning van Juda, zoon van Manasse en vader van Josia. Hij regeert slechts twee jaar in Jeruzalem en volgt de afgoderij van zijn vader, zonder zich te bekeren. In plaats van een “meester‑werkman” in dienst van God te zijn, bouwt Amon voort aan altaren voor vreemde goden. Zijn dienaren beramen een samenzwering en doden hem in zijn huis, waarna het volk de samenzweerders straft en Josia als koning aanstelt. De Bijbelse naam Amon verbindt zo een veelbelovende betekenis met een waarschuwend levensverhaal.
De naam komt voor in de Bijbelverzen
Onder andere in 2 Koningen 21:18–26; 2 Kronieken 33:20–25; 1 Koningen 22:26; 2 Kronieken 18:25; Nehemia 7:59; Jeremia 1:2; Jeremia 25:3.